Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2013

Onder 5.42 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:755.

Een andere opvatting dan verdedigd onder 5.41 is evenwel zeer goed denkbaar en naar zeer wel valt vol te houden ook juridisch juister. Het verschil tussen de onder 5.41.1 verwoorde benadering, waarin de vordering wordt gebaseerd op – kort gezegd – onjuist handelen en die waarin de vordering wordt gestoeld op niet-nakoming van de overeenkomst is immers niet groot. In zekere zin lopen beide naadloos in elkaar over. Aldus redenerend is ’s Hofs oordeel onjuist. Het Hof heeft immers vastgesteld dat de exploitatie-overeenkomst van 10 februari 1993 bepaalt dat het aan derden (de merriehouders) in rekening te brengen dekgeld f 2.000 bedraagt en dat partijen slechts in onderling overleg van dit dektarief mogen afwijken (zie rov. 56 tussenarrest). Farmerhoeve baseert haar hier besproken vordering op de stelling dat [verweerder] aan bepaalde derden (merriehouders) ten onrechte korting heeft verleend op het in de exploitatie-overeenkomst vermelde dekgeld van f 2.000. [verweerder] verweert zich tegen die vordering met de stelling dat Farmerhoeve toestemming had gegeven om in de betreffende gevallen een lager dektarief te hanteren (zie rov. 56 tussenarrest). In de hier besproken lezing van de bestreden rechtsoverweging betwist [verweerder] niet dat hij op grond van de exploitatie-overeenkomst in beginsel verplicht was om aan de merriehouders het in de exploitatie-overeenkomst vermelde dektarief van f 2.000 in rekening te brengen en dat hij in een aantal gevallen aan de merriehouder een lager tarief in rekening heeft gebracht, maar stelt hij dat hij op basis van nadere onderlinge overeenstemming (‘onderling overleg’) met Farmerhoeve bevoegd was om van het tarief van f 2.000 af te wijken. Een dergelijk verweer kan worden gekwalificeerd als een zelfstandig (of ‘bevrijdend’) verweer. De bewijslast van de met het zelfstandige verweer aangevoerde stelling rust op grond van art. 150 Rv in beginsel op de partij die zich op dat zelfstandige verweer beroept, in casu is dat [verweerder]. In de hier besproken benadering slaagt de klacht, voor zover zij niet aanstonds stuk loopt op hetgeen werd vermeld onder 5.40.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e65eb62f3d9604775ec9b5a611dcd705e25c55d17ab87d9aad7eae755b989bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e65eb62f3d9604775ec9b5a611dcd705e25c55d17ab87d9aad7eae755b989bf, en de alinea staat in dat document op bytes 69664 tot 71883.