Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2013
Onder 5.9.1 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:755.
Voor zover het onderdeel aanvoert dat Farmerhoeve daarnaast betoogd heeft dat het verweer van [verweerder] “met inachtneming van het stadium van de procedure en het procesgedrag van de ander moet worden terzijdegesteld”, mist het onderdeel feitelijke grondslag. Een voldoende duidelijk betoog van die strekking is op de door het onderdeel genoemde vindplaatsen niet te vinden. Voor zover hierna opnieuw een motiveringsklacht wordt aangetroffen met een onjuiste verwijzing, laat ik de daarop volgende motiveringsklachten rusten. Op zich, en zeker in een zaak als de onderhavige, kan van de rechter redelijkerwijs niet worden gevergd dat hij, naast de onnoemelijk vele tijd die het Hof al aan deze tijd heeft moeten spenderen, zijn tijd verdoet aan het naslaan van processtukken waarin niet valt te lezen wat de steller van het middel beweert dat er zou staan. Voor zover nodig kan art. 21 Rv., naast de beginselen van een goede procesorde, zo’n aanpak schragen. Dit alles klemt te meer nu a) ook van een wederpartij niet kan worden gevergd dat zij in voorkomende gevallen de tijd die haar advocaat moet besteden aan het naslaan van onjuiste verwijzingen moet betalen en b) zeker in de huidige tijd zuinig moet worden omgesprongen met publieke middelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e65eb62f3d9604775ec9b5a611dcd705e25c55d17ab87d9aad7eae755b989bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e65eb62f3d9604775ec9b5a611dcd705e25c55d17ab87d9aad7eae755b989bf, en de alinea staat in dat document op bytes 36625 tot 37959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e65eb62f3d9604775ec9b5a611dcd705e25c55d17ab87d9aad7eae755b989bf | shasum -a 256