Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:776.
In mijn conclusie (onder 2.5) vóór het arrest Aukema q.q./Uni-Invest heb ik uiteengezet dat art. 39 Fw een uitzondering vormt op art. 37 Fw, waarin een algemene regeling is opgenomen voor lopende en door geen van partijen geheel uitgevoerde wederkerige overeenkomsten. De wetgever achtte een bijzondere bepaling voor huurovereenkomsten noodzakelijk, omdat hij ervan uitging dat art. 37 Fw daarop geen toepassing kon vinden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de bepaling destijds vooral is ingegeven door de wens om de curator van de gefailleerde huurder, die zich geconfronteerd ziet met een (zeer) langlopend huurcontract waaraan hij geen behoefte meer heeft, in staat te stellen tot een afwikkeling van het faillissement te komen en om (verdere) schade voor de boedel - het oplopen van huurschulden - te voorkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51f2a293bd7c28745faaf7abe164f96bcf9cc0d9e7c3660ffbb261383053ee2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51f2a293bd7c28745faaf7abe164f96bcf9cc0d9e7c3660ffbb261383053ee2d, en de alinea staat in dat document op bytes 43953 tot 44786.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51f2a293bd7c28745faaf7abe164f96bcf9cc0d9e7c3660ffbb261383053ee2d | shasum -a 256