Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:778.

Bij deze stand van zaken ligt het in de rede, zoals het hof in rov. 4.13 heeft gedaan, voor de uitleg van art. 32 CMR uit te gaan van het doel en de strekking van deze bepaling, namelijk het bieden van rechtszekerheid en voorspelbaarheid aan de transportsector, opdat geschillen zo snel mogelijk kunnen worden afgehandeld. Vervolgens heeft het hof drie opvattingen die over het genoemde samenloopprobleem kunnen worden aangehangen (zie rov. 4.8 t/m 4.11, samengevat weergegeven in nr. 1.6 van deze conclusie) getoetst aan deze maatstaf en is het hof tot de conclusie gekomen dat na schorsing van de verjaring op de voet van art. 32 lid 2 CMR en na afwijzing door de vervoerder van de tegen hem gerichte vordering, de resterende verjaringstermijn doorloopt en dat die termijn niet alsnog kan worden gestuit door een nieuwe stuitingshandeling die op dezelfde vordering betrekking heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e, en de alinea staat in dat document op bytes 19917 tot 20814.