Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:778.
Het hof heeft – in cassatie onbestreden, zie onder nr. 2.3 – overwogen dat in art. 32 lid 3 CMR niet méér is bepaald dan dat voor de stuiting de lex fori geldt. Art. 32 lid 3 CMR laat de werking en het rechtsgevolg van de overige door de lex fori toegelaten en niet eenvormig door het CMR-Verdrag geregelde schorsings- en stuitingshandelingen onverlet, waarbij wat het Nederlandse recht betreft kan worden gedacht aan het instellen van een eis in rechte (art. 3:316 BW) en de erkenning (art. 3:318 BW). De schriftelijke vordering heeft zowel bij art. 32 lid 2 CMR (schorsing) als bij art. 3:317 lid 1 BW (stuiting) tot doel de schuldenaar te kennen te geven dat de schuldeiser zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. De schuldenaar heeft daardoor de mogelijkheid de oorzaak en de omvang van de schade te onderzoeken teneinde zich behoorlijk tegen de vordering van de schuldeiser te verweren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e, en de alinea staat in dat document op bytes 20893 tot 21882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e | shasum -a 256