Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:778.
Het hof heeft in rov. 4.8 overwogen dat, afhankelijk van de lex fori, de in art. 32 lid 2 CMR bedoelde schriftelijke vordering bij de vervoerder moet worden ingediend bijvoorbeeld bij exploot, bij aangetekende brief of bij gewone brief/fax/e-mailbericht. Uit het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2012 laat zich afleiden dat het begrip ‘schriftelijke vordering’ op uniforme wijze moet worden uitgelegd. De formaliteiten van ‘de schriftelijke vordering’ berusten op een toepassing van art. 32 lid 2 CMR als een bepaling van eenvormig privaatrecht en niet op een toepassing van nationaal recht als lex fori op grond van art. 32 lid 3 CMR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e, en de alinea staat in dat document op bytes 21961 tot 22685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3aeb7cea68a19674e700f2134a7c05a0c5c5c3dfd36cb32dd93946ee0d57b20e | shasum -a 256