Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:828.

Daarnaast heeft de steller van het middel aangevoerd dat het Hof in voetnoot 10 van zijn bewijsoverwegingen heeft verwezen naar pagina 36 van het doorgenummerde proces-verbaal, terwijl die pagina geen steun biedt aan ’s Hofs oordeel dat uit de verklaring van de verdachte “volgt dat hij wist dat de andere inzittenden stenen uit die auto wilden gooien”. Een (tweede) blik achter de papieren muur leert mij dat (pagina 36 van) het proces-verbaal waarnaar het Hof in voornoemde voetnoot verwijst, wel steun biedt aan hetgeen het Hof direct voorafgaande aan de geciteerde zinsnede vaststelde – namelijk dat verdachte de auto heeft bestuurd –, maar inderdaad niets inhoudt aangaande de vraag of verdachte wist wat de overige inzittenden wilden. Deze onvolledige bronvermelding hoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, nu zij in de aanvulling op het verkorte arrest wordt goedgemaakt. Kennelijk baseerde het Hof zijn oordeel op de in de aanvulling correct aangeduide en als bewijsmiddel 3 gebezigde verklaring van de verdachte, die onder meer inhoudt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdb04eddda721e047136255488bce62d793385912f902e62b478d92644439477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdb04eddda721e047136255488bce62d793385912f902e62b478d92644439477, en de alinea staat in dat document op bytes 22124 tot 23195.