Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013

Onder 5.13 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:835.

De onderdelen 14-15 draaien om de kwestie van het “informed consent”. Zij richten zich, blijkens voetnoot 74 (bij onderdeel 15 ) tegen rov. 14. [eiseres] brengt in dit kader het volgende te berde. Voor de uitvoering van de operatie en voor de implantatie van een hartklepprothese dienden het LUMC en [verweerder 2] te beschikken over haar geïnformeerde toestemming. Bij de eerste hartklep is deze verkregen. Op basis van de informatie en het advies van de artsen van het LUMC koos [eiseres] voor de operatieve implantatie van een mechanische hartklepprothese, zoals zij op het advies van die artsen ook koos voor de Advantage hartklep (zij had ook kunnen kiezen voor een ander merk, dat lag slechts minder voor de hand nu haar verteld werd dat de Advantage minder lekte dan de andere prothesen). Voorafgaande aan de tweede operatie vroegen de artsen aan [eiseres] om ‘naar bevind van zaken’ te mogen handelen. [eiseres] heeft in de feitelijke instanties betoogd dat de door haar verleende toestemming om naar bevind van zaken te mogen handelen niet impliceerde dat er met haar (belangen) geen rekening meer gehouden behoefde te worden, maar dat dit inhield dat [verweerder 2] en het LUMC zich bij de aan [eiseres] te verlenen zorg af moesten vragen welke (geïnformeerde) beslissing zij zou nemen indien haar daarnaar kon worden gevraagd. [eiseres] heeft in appel betoogd dat zij niet voor de Advantage klepprothese zou hebben gekozen in het geval haar deze keuze was voorgelegd. Zou niet voor een tweede keer voor deze Advantage klep zijn gekozen, dan was [eiseres] niet opnieuw geconfronteerd met een intermitterend niet goed sluitend deurtje van de prothese. Het Hof zou deze, essentiële, stelling niet in zijn overwegingen hebben betrokken, althans blijkt daarvan uit het arrest niet. Wel heeft het Hof overwogen dat [verweerder 2] haar niet over de constatering van een gelijk geval in Duitsland behoefde te informeren omdat die informatie daarvoor te vaag en ongedocumenteerd was. Aldus oordelend geeft het Hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De informatieplicht van de arts strekt ertoe de patiënt in staat te stellen van zijn zelfbeschikkingsrecht gebruik te maken. De patiënt moet over de risico's van de voorgestelde behandeling worden geïnformeerd opdat hij met die behandeling al dan niet kan instemmen. De enige informatie waarover het LUMC en [verweerder 2] voorafgaande aan de operatie beschikten, was de informatie over de soortgelijke constatering bij de Advantage hartklepprothese in Duitsland. Met name nu aan [eiseres] eerder door het LUMC en [verweerder 2] deze hartklep was geadviseerd diende [eiseres] omtrent de Duitse bevindingen te worden geïnformeerd. Het oordeel van het Hof kan ook niet worden aanvaard, omdat dit in feite impliceert dat het LUMC en [verweerder 2] de beslissing omtrent de behandeling geheel aan zichzelf (mogen) houden; dat oordeel staat haaks op het zelfbeschikkingsrecht van [eiseres]. De verplichting van de arts om de patiënt te informeren impliceert ook, dat de arts dient te beschikken over de informatie die de patiënt voor zijn beslissing nodig heeft. Ook in dat verband is het oordeel van het Hof onjuist; dit oordeel houdt immers mede in dat de arts geacht wordt aan zijn verplichting te hebben voldaan indien die arts ervoor kiest om relevant te achten informatie niet in te winnen (navraag doen in München, opdat die informatie niet meer vaag en ongedocumenteerd is), aldus nog steeds de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65ade95e75f26496e08a7f4d1c0e507ec65d98e8b3f0d5e0af8d8abdab903b49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65ade95e75f26496e08a7f4d1c0e507ec65d98e8b3f0d5e0af8d8abdab903b49, en de alinea staat in dat document op bytes 105589 tot 109151.