Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:863.
Happé stelt met betrekking tot de toetsing aan grondrechten nogal absoluut dat de rechter principieel het budgettaire belang niet mag meewegen bij de vraag of het wegnemen van de schending van een fundamenteel rechtsbeginsel (in casu discriminatie) binnen of buiten zijn rechtsvormende taak valt. Ik ben evenwel voorstander van een meer genuanceerde benadering. Bij de belastingheffing gaat het vanwege de budgettaire consequenties immers niet alleen om de verhouding tussen de klagende belastingplichtige en de overheid, maar ook om de consequenties daarvan voor de overige belastingbetalers. Vanuit de lokale belastingen is bekend dat het vernietigen van een OZB-aanslag om redenen van een geschonden rechtsbeginsel ten aanzien van een grote onderneming in een relatief kleine gemeente de burgers met een onevenredig scherpe stijging van de lastendruk kan confronteren. Maar ook bij de rijksbelastingen kan deze afweging een rol spelen. Zou de klacht over de ongelijke behandeling tussen vakantiegeld en vakantiebonnen door de rechter zijn gehonoreerd, dan zouden de consequenties budgettair en administratief dermate omvangrijk zijn geweest dat in latere jaren een compenserende heffing zou moeten zijn opgelegd. Een dergelijke compenserende algemene heffing zou op zijn beurt een ongewenste ongelijkheid creëren tussen degenen die wel en die geen bezwaar en beroep hebben ingediend. Die consequentie kan leiden tot grootschalige anticiperende bezwaar- en beroepsprocedures met onnodig veel bureaucratische ruis. Naar mijn mening moet er daarom evenredigheid bestaan tussen het financiële belang van de burger om de schending van het rechtsbeginsel ongedaan te maken en de maatschappelijke lasten die voor de samenleving worden opgeroepen bij wettelijk rechtsherstel. Het door mij aangehangen evenredigheidsbeginsel geeft meer flexibiliteit aan de rechter dan de door Happé vereiste "buitensporige wanverhouding" als reden om te berusten in uitstel van het rechtsherstel."(100)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376, en de alinea staat in dat document op bytes 217204 tot 219201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376 | shasum -a 256