Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013
Onder 5.17 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:863.
De (...) principiële houding van de Hoge Raad bij de beantwoording van de vierde analysevraag [Beëindigt de rechter de onverenigbaarheid van de nationale bepaling met artikel 26 IVBPR? Zo ja, op welke wijze? RIJ] zijn signalen die aangeven dat de belastingkamer van de Hoge Raad veel ruimte laat aan de wetgever. In hoeverre dit mede een gevolg is van de kritische opstelling van de regeling, een onderdeel van de wetgevende macht, is moeilijk te zeggen. Wel kan worden gezegd dat de rechten van belanghebbenden zoals vastgelegd in verdragsbepalingen, door de opstelling van de Hoge Raad wellicht onvoldoende worden beschermd. Zeker als de belastingwetgever veel tijd laat verstrijken voordat hij nationale bepalingen die niet verenigbaar zijn met een ieder verbindende verdragsbepalingen, door nieuwe wetgeving vervangt. Bij dit trage handelen van de wetgever en de pleidooien voor terughoudendheid van de regering in de richting van de rechter kan de vraag worden gesteld in hoeverre de wetgever zijn staatsrechtelijke positie ten opzichte van de rechtsprekende macht overschat."(103)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376, en de alinea staat in dat document op bytes 228180 tot 229281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376 | shasum -a 256