Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013
Onder 8.3 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:863.
Alvorens verder te gaan op het juridische pad wil ik niet verhelen dat bij mij ook wel meer fundamentele vragen over nut en effectiviteit van de BOF zijn opgekomen. Even tijd voor een persoonlijke noot. Stel nu eens dat een bedrijf correct is gewaardeerd op 3 miljoen euro. Stel dat de ondernemer overlijdt en de erven verkopen het bedrijf voor 3 miljoen euro aan een onafhankelijke koper. Dan moet die koper dus uit eigen vermogen en eventueel geleend geld die 3 miljoen euro opbrengen. Als de erven voortzetten moeten zij (stel) 20% van 3 miljoen is 600.000 euro erfbelasting betalen, zodat de netto-verkrijging 2,4 miljoen euro wordt. Het lijkt me dat de erven dan nog altijd veel beter uit zijn dan de onafhankelijke koper. Weer aannemende dat de waardering op 3 miljoen correct is en ervan uitgaande dat de erven ook bekwame ondernemers zijn, is het toch zo dat de erven al zonder vrijstelling een veel betere financiële uitgangspositie hebben. Mijn persoonlijke noot is dat deze, ongetwijfeld simpele en onvolledige, benadering, laat ik zeggen, niet meteen veel kwantitatieve steun biedt voor de noodzaak van de huidige BOF vrijstellingen.(128)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376, en de alinea staat in dat document op bytes 280690 tot 281855.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4626fcdc9b24ce219e3ece46383a03cbf386f5a5cd07010db132b9e541637376 | shasum -a 256