Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:875.

Het hof is zich zeer wel ervan bewust geweest dat het mededingingsprobleem zich tot het exclusieve afnamebeding beperkt en dat het onderzoek in het kader van art. 6 lid 3 Mw zich op de voordelen van dat beding dient toe te spitsen (zie onder meer rov. 2.20, eerste volzin: “Nu het exclusieve afnamebeding in strijd is met artikel 6 lid 1 Mw. komt het hof toe aan het beroep op artikel 6 lid 3 Mw.” ). De bestreden overweging biedt geen grond voor de veronderstelling dat het hof dit laatste bij de beoordeling van de (on)toereikendheid van de stellingen van BP ter zake zou hebben miskend. Evenmin zie ik grond voor de veronderstelling dat het hof zou hebben miskend dat BP zich in verband met de tot 1 januari 2002 geldende vrijstelling slechts voor de duur vanaf die datum op art. 6 lid 3 Mw heeft beroepen (waarbij ik overigens aanteken dat de vordering van [verweersters] zich tot de periode na 1 januari 2004 beperkt; zie rov. 2.33).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4cb52ce66a0fda92a2f6debc1dbbbafdf8b96e5c83105281b27dd452407adc9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4cb52ce66a0fda92a2f6debc1dbbbafdf8b96e5c83105281b27dd452407adc9c, en de alinea staat in dat document op bytes 88197 tot 89187.