Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013
Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:879.
De klacht onder a is in wezen een herhaling van middelonderdeel 1. De Staat ziet het blijkbaar zo, dat art. 4.5 van de mediationovereenkomst meebrengt dat in de schriftelijke bevestiging van de te maken afspraak met zoveel woorden moet worden opgenomen ‘dat partijen aan deze afspraak juridisch worden gebonden’. Het hof is van oordeel dat kan worden voldaan met de aanhef ‘vaststellingsovereenkomst waardering onroerende zaken’ in combinatie met de verdere tekst. Die overweging is m.i. niet voldoende to the point : onderhandelingen in het kader van een mediation geschieden, naar hun aard, van beide kanten als het ware onder het voorbehoud ‘ subject to full and final agreement’. Het is mogelijk gedurende een mediationtraject (dus ‘tussentijds’) afspraken te maken en zelfs een vaststellingsovereenkomst te sluiten over een bepaald deelonderwerp. Maar dan blijft de vraag of die (vaststellings)overeenkomst bedoeld is óók te blijven gelden indien de mediation uiteindelijk niet met overeenstemming wordt afgesloten. Er bestaan onderwerpen die zich laten afscheiden in een deelovereenkomst die ook kan blijven gelden nadat de mediation overigens zonder succes is geëindigd: de mediation heeft dan gedeeltelijk een positief resultaat gehad. Maar dat geldt niet voor ieder onderwerp en voor iedere deelnemer. Zo is denkbaar dat partijen in hun onderhandelingen de onderwerpen waarover betrekkelijk gemakkelijk overeenstemming te bereiken is, naar voren hebben gehaald en de heetste hangijzers voor het laatst hebben bewaard. In die laatste situatie ligt het niet voor de hand dat, wanneer uiteindelijk geen overeenstemming wordt bereikt, partijen na de beëindiging van het mediationtraject juridisch gebonden zijn aan datgene waarover zij het in een eerder stadium wel eens waren geworden. De omstandigheid dat de in de overeenkomst opgenomen voorwaarden naar het oordeel van het hof impliceren dat de aanslag conform de hertaxatie moet worden aangepast , zegt iets over de verplichting die de inspecteur op zich nam, maar draagt nauwelijks bij tot het oordeel dat deze afspraak door partijen was bestemd om ook te gelden indien de mediation niet met een eindovereenstemming zou worden afgesloten. Zoals gezegd staat in cassatie vast dat de mediation niet met een (eind)overeenstemming als bedoeld in art. 4.5, tweede bullet , is afgesloten. Daarom komt de klacht onder 2.d mij gegrond voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec5fa135ef4e5fa3df4623b4612c7162f4c3df0dd84beeaab52928dbec368884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec5fa135ef4e5fa3df4623b4612c7162f4c3df0dd84beeaab52928dbec368884, en de alinea staat in dat document op bytes 41383 tot 44009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec5fa135ef4e5fa3df4623b4612c7162f4c3df0dd84beeaab52928dbec368884 | shasum -a 256