Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013

Onder 2.26. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:879.

In eerste aanleg is de vraag opgeworpen of de mediationovereenkomst aan te merken is als een bewijsovereenkomst (in de zin van art. 153 Rv). De rechtbank besliste dat partijen het bewijs met betrekking tot het bestaan van afspraken hebben beperkt tot de in art. 15 van het NMI-reglement bedoelde vaststellingsovereenkomst en de in art. 4.5 van de mediationovereenkomst bedoelde tussentijdse afspraken. Volgens de rechtbank hebben partijen daarmee andere bewijsmiddelen uitgesloten en geldt in zoverre een geheimhoudingsplicht. De belastingplichtige heeft in hoger beroep dit oordeel bestreden en onder meer aangevoerd dat het beroep op de bewijsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof achtte deze grief gegrond: aan het slot van rov. 3.4 heeft het hof overwogen dat voor zover de mediationovereenkomst al is aan te merken als een bewijsovereenkomst, onder de gegeven omstandigheden een beroep van de Staat op art. 4.5 van die overeenkomst dan wel op de geheimhoudingsplicht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec5fa135ef4e5fa3df4623b4612c7162f4c3df0dd84beeaab52928dbec368884. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec5fa135ef4e5fa3df4623b4612c7162f4c3df0dd84beeaab52928dbec368884, en de alinea staat in dat document op bytes 49206 tot 50307.