Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013

Onder 4.11. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:89.

Daar komt bij dat de toegevoegde waarde van art. 141 Sr uiterst beperkt zou zijn als wél wordt geëist dat er sprake moet zijn van medeplegen. De dader zou dan immers vrijwel steeds al strafbaar zijn op grond van art. 47 jo. de artt. 300 e.v. en/of art. 350 Sr. Alleen het strafmaximum zou dan (soms) verschil maken. De vraag is of dat het bestaan van een apart delict rechtvaardigt. De wetgever had er dan immers ook voor kunnen kiezen het openlijk gepleegd zijn van de mishandeling of de vernieling vorm te geven als een strafverzwaringsgrond. Dat die keuze niet is gemaakt, wijst erop dat art. 141 Sr een delict is met een eigen karakter, hetgeen onderstreept wordt door de plaatsing in Titel V van Boek II. Het beschermde rechtsgoed is primair de openbare orde. Dat eigen karakter rechtvaardigt een eigen invulling van de samenwerkingseis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15, en de alinea staat in dat document op bytes 45746 tot 46604.