Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013

Onder 4.13. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:89.

Deze invulling van de samenwerkingseis vindt naar ik meen bevestiging in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Van het “in vereniging” plegen van geweld in de zin van art. 141 Sr is al sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. Wanneer van een voldoende significante of wezenlijke bijdrage sprake is, valt niet in algemene bewoordingen aan te duiden. Veel hangt af van de omstandigheden van het concrete geval. Zo is bijvoorbeeld de enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die “in vereniging” geweld pleegt. Voor de onderhavige zaak is dat overigens niet van belang, aangezien niet betwist wordt dat – zoals uit de bewijsmiddelen blijkt – de verdachte geweld tegen het slachtoffer heeft gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15, en de alinea staat in dat document op bytes 47589 tot 48679.