Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013
Onder 4.16. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:89.
Ik stel voorop dat het verweer sterker was geweest als onderbouwd met argumenten was aangevoerd dat de andere geweldplegers volslagen onbekenden waren met wie de verdachte niets uitstaande had, zodat hij op hun bemoeienis met de vechtpartij totaal niet was bedacht. Hetgeen wel is aangevoerd sluit dus bepaald niet uit dat de andere geweldplegers kameraden van de verdachte waren met wie hij die dag optrok. Dat zou hun bemoeienis kunnen verklaren (welk motief zouden wildvreemden hebben om zo tekeer te gaan?), terwijl ook de korte tijdspanne waarin het geheel zich voltrok – volgens de verdediging 32 seconden – goed in dit scenario past. Ik wijs in dit verband op het participerend onderzoek dat Jan Dirk de Jong verrichtte naar delinquent groepsgedrag van met name Marokkaanse jongens. Hij concludeert dat tot de “straatwaarden” die deel uitmaken van hun gemeenschappelijke straatcultuur (die, omdat het de cultuur van de straat is, niet exclusief Marokkaans is) behoort dat zij loyaal zijn aan de jongens uit de buurt. “De jongens rekenen erop dat alle jongens van de buurt in grote mate loyaal zijn aan elkaar en gaan daarbij vooral uit van twee concrete gedragsverwachtingen.” De eerste van die verwachtingen is dat de jongens elkaar helpen in het geval van een conflict of een vechtpartij met buitenstaanders. Dat geldt zelfs voor jongens “die niet erg bekend zijn of onderling ruzie hebben”. Als een jongen zijn plicht op dit punt verzaakt volgt meestal een sanctie (zoals “een paar flinke klappen”). Als het zo zou zijn dat in de onderhavige zaak sprake was van een dergelijke groepscode, op basis waarvan de verdachte erop mocht rekenen dat de anderen bijsprongen, dan is daarmee gegeven dat van gezamenlijk optreden sprake was. Ik zie er niet aan voorbij dat daarover door het Hof niets is vastgesteld. Waar het mij om gaat, is dat het verweer op een niet onbelangrijk punt gebrekkig is. Een begin van aannemelijkheid dat de verdachte door het geweld van de anderen werd “overvallen”, wordt niet aangedragen. Dat maakt dat aan de motivering van het Hof minder hoge eisen hoeven te worden gesteld dan anders het geval was geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15, en de alinea staat in dat document op bytes 50474 tot 52717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cdad49efec38bb4c417e10167d3d7371c833806f1698a526e70817f4c6d5c15 | shasum -a 256