Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013

Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:893.

Bij akte van 22 februari 2011 in hoger beroep heeft de man deze kwestie voor het eerst in de procedure aangeroerd. Hij stelt daarin dat na overlijden van zijn vader diens onderneming is voortgezet in de vorm van een vennootschap onder firma met vier vennoten, te weten de man en de vrouw en de zus van de man en haar echtgenoot. In het kader van de financiering van deze v.o.f. is er volgens de man op 5 juli 1999, dus staande huwelijk, een lening afgesloten bij de ABN-AMRO-bank van f 80.000,-, tot zekerheid waarvan recht van hypotheek is verstrekt aan de bank met als onderzetting een aan de man en zijn zus toebehorend (bedrijfs)pand aan de [a-straat 1] te [plaats]. Dat pand is in 2006 verkocht. Op de peildatum omvang gemeenschap valt aldus volgens de man een schuld aan de bank van omgerekend de helft van € 36.302,42, te weten € 18.151,21, in de boedel. Hij stelt deze te hebben afgelost en maakt in het kader van de verdeling in deze zaak aanspraak op verrekening van de helft (€ 9.075,60) ten laste van de vrouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cd104ad445593b828afd2b332aaec257363b398b26a76d4ca1f268307493700. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cd104ad445593b828afd2b332aaec257363b398b26a76d4ca1f268307493700, en de alinea staat in dat document op bytes 27481 tot 28522.