Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013
Onder 2.17. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:893.
De man heeft daar weer op gereageerd bij antwoordakte van 3 mei 2011. Kwestie T betrof volgens hem de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vrouw voor de met hypotheekrecht versterkte schuld met als onderzetting het pand [a-straat 2] in [plaats]. De hoofdelijkheid is volgens de man in eerste aanleg niet meer nader aan de orde geweest, omdat de betreffende vordering inmiddels was voldaan. Maar de verrekening van deze schuld kan volgens de man nog wel aan de orde komen. Hij zette daarbij uiteen dat na het overlijden van zijn moeder drankenhandel [de man] door hem en zijn zus is voortgezet in de vorm van een v.o.f. met als mede-vennoten hun beide echtgenoten. Andermaal heeft hij aangevoerd dat in het kader van de financiering van de v.o.f. de betreffende lening is aangegaan, zodat het meer dan redelijk is dat de daaruit voortvloeiende schulden in het kader van de verdeling worden verrekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cd104ad445593b828afd2b332aaec257363b398b26a76d4ca1f268307493700. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cd104ad445593b828afd2b332aaec257363b398b26a76d4ca1f268307493700, en de alinea staat in dat document op bytes 29372 tot 30284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cd104ad445593b828afd2b332aaec257363b398b26a76d4ca1f268307493700 | shasum -a 256