Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Onder 2.12.1. Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:913.

Alleen Loonstra en Zondag leiden uit de tekst van de wet af dat men zou kunnen aannemen dat dit er onder valt, maar achten dat in strijd met de ratio van de bepaling. Immers, in een situatie dat een werknemer zijn arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eenzijdig opzegt, met inachtneming van de correcte opzegtermijn, waarna die overeenkomst binnen drie maanden wordt gevolgd door een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is op zich sprake van een rechtsgeldige opzegging in de zin van: niet (langer) rechtens aantastbaar. Zij concluderen evenwel dat de ratio van de regeling daarmee wordt ontdoken nu opzegging door de werknemer heeft plaatsgevonden zonder toestemming van het UWV (die niet is vereist bij opzegging door de werknemer) of ontbinding door de rechter. Opzegging is in hun ogen daarom nodig, alvorens dit tijdelijke contract eindigt .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a, en de alinea staat in dat document op bytes 50899 tot 51829.