Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:913.

Een werkgever en een werknemer kunnen ook samen besluiten de arbeidsovereenkomst te beëindigen , een vorm van beëindiging met wederzijds goedvinden. Deze beëindigingsvorm is een meerzijdige rechtshandeling en, bij gebreke van een wettelijke regeling daarover in boek 7 van het burgerlijk wetboek over de arbeidsovereenkomst, gebaseerd op het algemene verbintenissenrecht. Voor de instemming door de werknemer met een aanbod van de werkgever tot het sluiten van een beëindigingsovereenkomst is volgens vaste rechtspraak (ook) een duidelijke en ondubbelzinnige wilsuiting vereist gericht op de beëindiging van de dienstbetrekking . Niet voldoende is dat de werknemer de schijn heeft gewekt dat hij zich neerlegt bij de beëindiging .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a, en de alinea staat in dat document op bytes 66544 tot 67517.