Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013
Onder 2.23. Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:913.
Nu in cassatie zodoende niet de hoofdkwestie: geen wederzijds goedvinden, maar opzegging, wordt aangevallen, zou ik bij de behandeling van dit onderdeel kunnen volstaan met de constatering dat het onderdeel moet falen bij gebrek aan belang. Het is van tweeën een: òfwel er is opgezegd, òfwel er is beëindigd met wederzijds goedvinden. Een andere vorm van beëindiging doet zich hier niet voor. Tussen de vereisten voor beide vormen bestaat in de praktijk als gezegd een vloeiende overgang. Het hof heeft opzegging aangenomen, geen wederzijds goedvinden. Als juist zou zijn dat er geen sprake is van een “duidelijke en ondubbelzinnige verklaring” van de kant van [eiser], vereist voor opzegging, zoals het middelonderdeel aanvoert, dan zou er ook geen “duidelijke en ondubbelzinnige wilsuiting” gericht op beëindiging van de kant van [eiser] voorhanden zijn vereist voor beëindiging met wederzijds goedvinden. Althans niet in combinatie met het in cassatie niet bestrijden van het oordeel van het hof dat geen sprake is van beëindiging met wederzijds goedvinden, maar van opzegging door [eiser], zodat geen belang bestaat bij beoordeling van dit onderdeel in cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a, en de alinea staat in dat document op bytes 69321 tot 70518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a | shasum -a 256