Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013
Onder 2.26. Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:913.
Inhoudelijk komt mij de klacht enigszins gekunsteld voor. Hoe duidelijk en ondubbelzinnig mag men het verlangen? Een verklaring kan in gedragingen besloten liggen, zoals het hof met juistheid overweegt. [verweerster] heeft geen (initiërend of anderszins) overleg gevoerd met [eiser] om tot beëindiging van diens dienstverband te komen. [eiser] is zelf door Countus benaderd en na het overwinnen van zijn aanvankelijke aarzeling volmondig met haar in zee gegaan. Hij heeft [verweerster] gemeld dat hij door Countus is benaderd en met haar in gesprek was. Vervolgens tekende hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Countus en liet zich daarna overleg tussen zijn oude en nieuwe werkgever aanleunen omtrent de exacte datum van indiensttreding bij Countus, tegen welk overleg, bij toezending van zijn al door Countus getekende arbeidsovereenkomst aangekondigd door zijn nieuwe werkgever, hij (uiteraard) niet heeft geprotesteerd. Hij zou dit ook zelf met [verweerster] hebben kunnen doen, dat maakt de situatie niet per se anders. Dat het hof daarbij kennelijk impliciet aanneemt dat in dat overleg ter sprake zal zijn gebracht dat [eiser] al met Countus rond was, lijkt toch niet te gewaagd. Dergelijk overleg is overigens niet ongebruikelijk als de verhoudingen tussen oude en nieuwe werkgever – hier zakenrelaties – goed zijn. Dat maakt in dit geval mijns inziens niet zonder meer dat de beëindiging van kleur verschiet van opzegging naar beëindiging met wederzijds goedvinden en overigens is de waardering hiervan nu typisch iets, dat aan de feitenrechter is voorbehouden. Na een afscheidsfeest met substantieel cadeau (TomTom) ging hij metterdaad per 15 oktober 2007 uit dienst om te beginnen bij Countus. Dit alles is als gezegd in hoge mate feitelijk in cassatie. Helemaal geen onbegrijpelijk oordeel van het hof dat hier sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige wilsuiting van [eiser] om het dienstverband te willen beëindigen om in dienst te treden bij een nieuwe werkgever . Het middelonderdeel ziet over het hoofd dat het hof het geschetste samenstel van verklaringen en gedragingen rechtens als verklaring heeft (kunnen) zien. Daarop moet onderdeel 2 stranden. Zeker nu het oordeel van het hof dat sprake is van opzegging en niet van wederzijds goedvinden niet wordt aangevallen, terwijl de eisen “duidelijk en ondubbelzinnig” in beide gevallen opgeld doen, waarbij in confesso is dat er op één van deze twee wijzen is beëindigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a, en de alinea staat in dat document op bytes 71339 tot 73954.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a | shasum -a 256