Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Onder 5.6. Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:913.

Voor situaties waarin opzegging van de opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op grond van het vierde lid van artikel 7:667 BW wel noodzakelijk is, moet worden gedacht aan het geval dat een werknemer in vaste dienst is geweest en zonder ontslagvergunning wordt ontslagen, terwijl die ontslagvergunning wel vereist was, en die werknemer vervolgens voor hetzelfde werk op tijdelijke basis bij diezelfde werkgever in dienst komt, zo volgt uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II, 1998-1999, 26257, nr. 12). Ook valt het geval dat een voor onbepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst met instemming van beide partijen wordt beëindigd daaronder. Dan wordt de werknemer beschermd, omdat denkbaar is dat een werknemer door de werkgever onder druk wordt gezet om al dan niet onder dreiging van ontslag in te stemmen met een dergelijke beëindiging en het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, terwijl hij zich onvoldoende realiseert dat hij de rechtsbescherming verbonden aan de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verliest (vergelijk Kamerstukken II, 1998-1999, 26257, nr. 7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a, en de alinea staat in dat document op bytes 40291 tot 41412.