Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Onder 2.11.2. Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:913.

“Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zal (…) de rechter, aan wie in een eventuele bodemprocedure het geschil van partijen zou worden voorgelegd, met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid tot de slotsom komen dat de arbeidsovereenkomst van partijen niet van rechtswege is geëindigd, maar dat daarvoor rechtsgeldige opzegging, dat wil zeggen met ontslagvergunning van het CWI, of ontbinding door de kantonrechter is vereist. Anders dan Infoscan kennelijk meent, ziet de bepaling van artikel 7:677, vierde lid BW nou juist op gevallen als de onderhavige. Onder rechtsgeldige opzegging in deze bepaling is niet bedoeld de (enkele) opzegging door de werknemer of de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, maar heel specifiek de rechtsgeldige opzegging – dus met toestemming van het CWI – door de werkgever. De bedoeling van de wetgever is geweest dat waar ontslagbescherming aan de werknemer wordt ontnomen – en dit is meestal door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met wederzijds goedvinden te laten eindigen – deze ontslagbescherming aan het einde van de daaropvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan de werknemer wordt teruggegeven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debd5e69b3fb75c6f50bf79486c7e5c04f2434e79e9b898fa7f526953efff59a, en de alinea staat in dat document op bytes 43107 tot 44334.