Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:921.

Art. 2:334u lid 2 BW bevat weliswaar een dergelijke plicht tot ambtshalve toetsing, nu een vordering tot vernietiging van een splitsing slechts onder de in het artikel vervatte voorwaarden kan worden toegewezen. Het tweede lid van het artikel bepaalt – gelijk art. 2:323 lid 4 BW dit voor fusie doet – dat vorderingen tot vernietiging van een splitsing moeten worden ingesteld tegen alle verkrijgende rechtspersonen alsmede de voortbestaande gesplitste rechtspersoon. Indien de curator tot het instellen van een dergelijke vordering nog bevoegd was geweest – wat ik als gezegd niet meen – had hij dus inderdaad ook Favini N.V. moeten dagvaarden. De redactie van art. 2:334u lid 2 BW en de opzet van de wettelijke splitsingsregeling – die beoogt vernietiging zoveel mogelijk te voorkomen en daarom zeer restrictief toestaat – impliceren dat de rechter deze voorwaarden ambtshalve heeft te toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4a925a7e0203099c2df8ee4180da985bd292ad28550cc84c980eb6b7ac8b54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4a925a7e0203099c2df8ee4180da985bd292ad28550cc84c980eb6b7ac8b54, en de alinea staat in dat document op bytes 60171 tot 61092.