Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:921.

Waartoe leidt het geheel van bovenstaande afwegingen? Ik kom tot een standpunt dat in de kern overeenstemt met dat van het Hof ’s Hertogenbosch in de bestreden uitspraak, maar op een bepaald punt ook afwijkt. Ik ben het met het hof eens dat de pauliana niet in algemene zin toepasbaar is naast art. 2:334u BW. Hieraan staan de voor de vernietiging geldende korte vernietigingstermijn en de zo wenselijke tussenkomst van de rechter in de weg. Ik wijs ook op het slot van art. 2: 334, lid 2 BW. Daar is de wetgever wel heel duidelijk: een niet door de rechter vernietigde splitsing is geldig. Aan onverkorte toepassing van art. 42 Fw komt geen rechter te pas. Dit standpunt van het hof vindt ondersteuning in de literatuur. Koster , Van Olffen/Buijn/Simonis , Schoonbrood en Van der Hoek , Verbrugh en Zaman/Van Eck/Roelofs menen dat art. 2:334u BW een uitputtende regeling voor de vernietiging van splitsingen behelst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4a925a7e0203099c2df8ee4180da985bd292ad28550cc84c980eb6b7ac8b54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4a925a7e0203099c2df8ee4180da985bd292ad28550cc84c980eb6b7ac8b54, en de alinea staat in dat document op bytes 49553 tot 50980.