Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:921.

De vraag is in hoeverre art. 19 lid 3 Zesde Richtlijn aan de gedachte dat art. 42 Fw niet los van art. 2: 334u BW kan worden toegepast afdoet. Volgens deze bepaling doet de richtlijn geen afbreuk aan de wetgevingen der Lidstaten betreffende de nietigheid van een splitsing die wordt uitgesproken ingevolge een ander toezicht dan het preventieve toezicht door de rechter of de overheid op de rechtmatigheid. Koster betoogt – onder verwijzing naar de Franse tekst van de richtlijn en de toelichting op het Ontwerp van Verdrag over de internationale fusie – dat de bepaling slechts ziet op toezicht in de sfeer van kartels en beurshandel, niet op bepalingen als de faillissementspauliana. Wat daarvan zij, de bewoordingen van art. 2:334u lid 1 aanhef BW wijzen erop dat de Nederlandse wetgever ervoor heeft gekozen de privaatrechtelijke nietigheidsgevallen in dat wetsartikel onder te brengen : “de rechter kan een splitsing alleen vernietigen” (mijn onderstreping, LT) op de in sub a-d van het artikellid genoemde gronden . Dat betekent m.i. dat de pauliana-nietigheid in art. 2:334u ingebed dient te worden. Ik word in dat idee gesterkt door het hierboven geciteerde slot van art. 2:334u, lid 2 BW: een niet door de rechter vernietigde splitsing is geldig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4a925a7e0203099c2df8ee4180da985bd292ad28550cc84c980eb6b7ac8b54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4a925a7e0203099c2df8ee4180da985bd292ad28550cc84c980eb6b7ac8b54, en de alinea staat in dat document op bytes 52524 tot 53968.