Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2013

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 17 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:950.

Bij het tot stand brengen van de wettelijke regeling van de voorwaardelijke machtiging heeft de wetgever aansluiting gezocht bij het bestaande stelsel van rechterlijke machtigingen tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. Het vereiste in art. 14a lid 4 en art. 14c lid 5 Wet Bopz van een verklaring van een ‘niet bij de behandeling betrokken’ psychiater is overgenomen uit artikel 5 van die wet. Met betrekking tot het verzoek om een nieuwe voorwaardelijke machtiging heeft de wetgever aansluiting gezocht bij het stelsel van art. 16 Wet Bopz, met dien verstande dat de verklaring niet wordt ondertekend door de geneesheer-directeur − de betrokkene verblijft bij een aanvraag voor een nieuwe voorwaardelijke machtiging in de regel niet in een psychiatrisch ziekenhuis −, maar door een niet bij de behandeling betrokken psychiater . Het ligt daarom voor de hand, deze wettelijke bepalingen in hun onderlinge samenhang te beschouwen en dus art. 5 EVRM-conform uit te leggen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f995cdfdb74e93d1847dbea8cd3c83154344a7fd203a692da17c947706afafe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f995cdfdb74e93d1847dbea8cd3c83154344a7fd203a692da17c947706afafe2, en de alinea staat in dat document op bytes 9894 tot 11019.