Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2013

Onder 2.16. Parket bij de Hoge Raad 17 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:950.

Uit de aangehaalde rechtspraak van het EHRM volgt dat niet slechts de initiële vrijheidsbeneming, voor zover gegrond op een stoornis van de geestvermogens, maar ook het voortduren daarvan (“ the validity of continued confinement ”) door een rechter moet kunnen worden getoetst. Met de inwerkingtreding van de wijzigingswet van 22 juni 2000, Stb. 2000/292, op 1 februari 2002 is, naar aanleiding van de eerste evaluatie van de Wet Bopz, het bepaalde in het eerste lid van art. 5 in die zin gewijzigd dat in de gevallen dat de betrokkene vrijwillig of krachtens een rechterlijke machtiging reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, hij steeds moet worden onderzocht door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken is, in de wetsgeschiedenis ook wel aangeduid als “een onafhankelijk psychiater”. In het tweede lid van art. 16 Wet Bopz is bepaald dat art. 5, eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing is. Dit betekent dat de geneesheer-directeur:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f995cdfdb74e93d1847dbea8cd3c83154344a7fd203a692da17c947706afafe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f995cdfdb74e93d1847dbea8cd3c83154344a7fd203a692da17c947706afafe2, en de alinea staat in dat document op bytes 31154 tot 32184.