Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2013

Onder 14. Parket bij de Hoge Raad 23 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:969.

De overwegingen van de Hoge Raad in de drie hiervoor aangehaalde zaken worden voorts hierdoor gekenmerkt dat steeds wordt aangegeven dat het bewijsmateriaal toereikend is voor het bewijs van een lichtere vorm van schuld dan roekeloosheid, maar niet welk element van roekeloosheid dan wel zou ontbreken. Omdat in alle drie gevallen sprake is van zeer onvoorzichtig gedrag waarbij met ernstige gevolgen onaanvaardbare risico’s zijn genomen zou kunnen worden verondersteld dat de welbewustheid van het nemen van die risico’s niet uit de gebezigde bewijsmiddelen zou kunnen worden afgeleid. Daartegen spreekt dat in het eerste geval de bestuurder er uitdrukkelijk op was gewezen dat hij gelet op de staat waarin hij verkeerde – opgefokt, onder invloed van alcohol - niet moest gaan rijden en zich dus van het nemen van onaanvaardbaar risico bewust moet zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/018564729ac05e10deb08a58a4a4442e6af06b41ea5eb26f872dbc2f524dcc67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 018564729ac05e10deb08a58a4a4442e6af06b41ea5eb26f872dbc2f524dcc67, en de alinea staat in dat document op bytes 55624 tot 56531.