Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2013

Onder 17. Parket bij de Hoge Raad 23 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:969.

In geen van de hiervoor besproken drie zaken spreekt uit de bewijsmiddelen van in tomeloze onverschilligheid ten aanzien van de gevolgen van het gedrag er maar op los rijden. In het eerste geval zou kunnen worden gesproken van onverschilligheid omdat de verdachte de waarschuwing van zijn moeder in de wind slaat, maar dat deze onverschilligheid “tomeloos“ zou zijn kan niet zonder meer worden gezegd. Verdachtes gedrag loopt gelet op de gereden snelheid – aanmerkelijk sneller rijden dan ter plaatse was toegestaan - niet de spuigaten uit, iets dat bij tomeloze onverschilligheid voor de hand zou liggen, het was niet – in de termen van Bleichrodt - doldriest. Ook in het tweede en het derde geval bieden de bewijsmiddelen onvoldoende houvast voor tomeloze onverschilligheid, in het tweede geval omdat het rijgedrag van de bestuurder mede berustte op verkeerde inschatting van c.q. onoplettendheid ten aanzien van de richting waarin de door hem waargenomen voetganger zich zou bewegen, in het derde geval omdat de bestuurder de fatale bocht in de weg door onoplettendheid c.q. onvoorzichtigheid niet tijdig had gezien. Het ontbreken van bewijs voor tomeloze onverschilligheid ten aanzien van de gevolgen van het rijgedrag zou dus kunnen verklaren waarom in de drie besproken zaken van roekeloosheid niet kon worden gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/018564729ac05e10deb08a58a4a4442e6af06b41ea5eb26f872dbc2f524dcc67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 018564729ac05e10deb08a58a4a4442e6af06b41ea5eb26f872dbc2f524dcc67, en de alinea staat in dat document op bytes 58873 tot 60310.