Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Onder 9.6 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:982.

Uit het bovenstaande (8.2 - 8.16) volgt dat ik meen dat grammaticale toepassing van art. 5(1)(c)(1º) Wet Vpb niet strookt met de (dynamische) bedoeling van de wetgever en dat de eigen-handen-aan-het-bed-eis in elk geval in de litigieuze belastingjaren geen steun vond in de wet, de wetsgeschiedenis of de jurisprudentie; wat de jurisprudentie betreft: integendeel. Het Hof heeft mijns inziens dus geen onjuiste maatstaf gebruikt. Voor het overige is ’s Hofs oordeel over de werkzaamheid van de belanghebbende feitelijk; het is geenszins onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50806b5f2c54eb74e8afadf51bca8caf4a89f45feffc8c702ccad4436527bff5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50806b5f2c54eb74e8afadf51bca8caf4a89f45feffc8c702ccad4436527bff5, en de alinea staat in dat document op bytes 161044 tot 161639.