Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:985.
Het door het hof gehanteerde uitgangspunt dat in een eenmaal uitgesproken faillissement moet worden uitgegaan van het bestaan van - mogelijk nog onbekende - schulden, tenzij het tegendeel aannemelijk kan worden gemaakt, geeft in dit licht blijk van een onjuiste rechtsopvatting . Dat is bepaald iets anders dan het uit de omstandigheden waaronder de niet-betaling van een schuld plaatsvond, afleiden dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers en van de toestand van hebben opgehouden te betalen (vgl. hiervoor in 2.5 en de in voetnoot 8 genoemde vindplaatsen). Het is gelet op het wettelijke stelsel in ieder geval onbegrijpelijk. Onderdeel I.1 is dan ook terecht voorgesteld. Het oordeel van het hof dat met de drie deelklachten van onderdeel I.2 wordt bestreden, bouwt voort op het door het hof gehanteerde onjuiste uitgangspunt en is evenzeer onjuist, zodat ook onderdeel I.2 terecht is voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52f8ab9603fc1f97d749a3221679d5cba771d08c3dfa66134eab1364951af50e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52f8ab9603fc1f97d749a3221679d5cba771d08c3dfa66134eab1364951af50e, en de alinea staat in dat document op bytes 14376 tot 15401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52f8ab9603fc1f97d749a3221679d5cba771d08c3dfa66134eab1364951af50e | shasum -a 256