Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:985.
Onderdeel II.4 voegt daar aan toe dat de door onderdeel II.3 bestreden passage uit rov. 3.5.6 in fine (dat de ontoelaatbare handelwijze van [verzoekster] niet tot haar voordeel mag strekken) ook daarom onjuist en/of onbegrijpelijk is gemotiveerd in het licht van de twee daaraan voorafgaande passages uit rov. 3.5.6. Die passages zijn i) dat [verzoekster] weliswaar stelt dat de betalingen zijn verricht door derden en er sprake is van giften, maar dat deze stelling in het geheel niet is onderbouwd met enig verificatoir bescheid en ii) dat niet is uitgesloten dat [verzoekster] leningen is aangegaan ter betaling van de steunvorderingen, terwijl een in staat van faillissement verkerende schuldenaar geen zeggenschap meer heeft over zijn vermogen. Deze klacht wordt weer verder uitgewerkt in de onderdelen II.4.a en II.4.b . Onderdeel II.4.a bevat twee deelklachten. De eerste klaagt dat het hof met zijn passage onder i), heeft miskend dat überhaupt niet vast hoeft komen te staan dat derden enige gift (aan [verzoekster]) gedaan zouden hebben. Voldoende is immers dat er geen sprake (meer) is van een steunvordering, en een verbintenis kan nu eenmaal door een derde nagekomen worden zonder dat de derde daarmee een gift doet of beoogt te doen aan de betreffende schuldenaar. Een schenkingsovereenkomst gesloten tussen de derde en degene wiens schuld het betreft is niet vereist. Verder klaagt het onderdeel (tweede deelklacht) dat voor zover “deze stelling” uit de passage onder i) betrekking heeft op “betalingen verricht door derden”, dat oordeel onbegrijpelijk of onvoldoende (toereikend) is gemotiveerd in het licht van de pleitnotitie van mr. Stevens in hoger beroep. In die pleitnotitie, onder 10-19, in het bijzonder onder 12-15, wordt volgens het onderdeel onder “Pluraliteit/toestand opgehouden te betalen” nu juist aan de hand van een aantal producties - en dus gedocumenteerd - ten aanzien van verscheidene vorderingen/crediteuren gesteld dat tegen finale kwijting is betaald door derden. Na het weergeven van de crediteuren die staan vermeld in het verslag van de curator (onder 11), wordt aan de hand van een of meer producties (1-8) per afzonderlijke crediteur/vordering uiteengezet dat en hoe (onder andere door wie) de vorderingen van deze in dat verslag vermelde crediteuren voldaan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52f8ab9603fc1f97d749a3221679d5cba771d08c3dfa66134eab1364951af50e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52f8ab9603fc1f97d749a3221679d5cba771d08c3dfa66134eab1364951af50e, en de alinea staat in dat document op bytes 31299 tot 33796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52f8ab9603fc1f97d749a3221679d5cba771d08c3dfa66134eab1364951af50e | shasum -a 256