Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Onder 1.7 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:986.
Het hof heeft vervolgens (met toepassing van art. 356 Rv) onderzocht of op de casco’s een aan KBC toekomend pandrecht rust (rov. 2.10). De stelling van KBC dat zij en DMA hebben beoogd het eerder bij akte van 31 mei 2000 gevestigde pandrecht op 29 november 2000 ongewijzigd te handhaven voor het geval de hypotheek niet geldig zou zijn, werd in het licht van de tekst van de notariële pandakte van 29 november 2000 als onvoldoende gemotiveerd verworpen (rov. 2.11-2.12). Het bij die akte op de casco’s gevestigde pandrecht is niet in strijd met (het systeem van) het verdrag of de wet (rov. 2.13-2.15). De vestiging van het pandrecht op alle casco’s als zekerheid voor zowel de oorspronkelijke als de twee aanvullende kredietfaciliteiten was niet in strijd met art. 3:45 BW noch onrechtmatig (rov. 2.16-2.28). Er is derhalve ten gunste van KBC een geldig pandrecht op het casco komen te rusten (rov. 2.29).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ab282e86848e099679c3841153b5ab439a6c11300b198dc39bfe3907fef767. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ab282e86848e099679c3841153b5ab439a6c11300b198dc39bfe3907fef767, en de alinea staat in dat document op bytes 17372 tot 18298.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32ab282e86848e099679c3841153b5ab439a6c11300b198dc39bfe3907fef767 | shasum -a 256