Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2013

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:989.

De eerste deelklacht gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 3.7 uit II.1 kan volgens mij niet slagen. Het mist feitelijke grondslag. Het hof heeft niet miskend dat tijdsverloop geen reden of grondslag kan zijn voor het niet aannemen van de uitzondering in art. 7:629a lid 2 BW, zoals dit onderdeel ingang wil doen vinden. Tijdsverloop is inderdaad één van de elementen die de feitenrechter kan betrekken in de beoordeling van de vraag of in redelijkheid niet van de werknemer gevergd kon worden een deskundigenverklaring te overleggen . Maar het hof heeft niet het enkele feit dat een second opinion verzoek laat wordt gedaan doorslaggevend geacht, zoals het onderdeel suggereert, wel dat zoiets (“in beginsel niet te verenigen”) bezwaarlijk kan zijn. Het hof heeft ook HR 5 oktober 2001 (ICM/Huis), ECLI:NL:HR:2001:ZC 3667, NJ 2001/633, JAR 2001/216 niet miskend, maar geoordeeld dat als gevolg van de efficiency-doelstelling inzake het re-integratieproces, tijdsverloop in het onderhavige geval wel een reden is om de tweede uitzondering van art. 7:629a lid 2 BW niet toe te passen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc31fdec3116fc58286d72d39d70d8c0a9f42475ae9f767e84e4cccea6b5f023. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc31fdec3116fc58286d72d39d70d8c0a9f42475ae9f767e84e4cccea6b5f023, en de alinea staat in dat document op bytes 42398 tot 43657.