Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2013

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:989.

De klacht onder V.2 houdt in dat, voor zover rov. 3.9 gebaseerd is op het uitgangspunt dat dr. Hoffman een onvoldoende medische onderbouwing heeft gegeven van de klachten van [eiser], dit getuigt van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van art. 7:629a BW. Immers, het is de deskundige verboden om medische mededelingen op te nemen in zijn deskundigenoordeel die niet relevant zijn en een inbreuk opleveren van de persoonlijke levenssfeer van de werknemer, aldus de toelichting op deze klacht. Ik zie deze klacht niet opgaan, omdat het hof niet is uitgegaan van een extra motiveringseis in art. 7:629a BW. Het heeft in rov. 3.9 alleen aangegeven waarom volgens hem het rapport van de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende is om de tweede uitzondering uit art. 7:629a lid 2 BW op de hoofdregel uit lid 1 van dat artikel toe te passen. Dat is niet rechtens onjuist en evenmin onbegrijpelijk, zoals vergeefs nog wordt geklaagd in V.2.3 .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc31fdec3116fc58286d72d39d70d8c0a9f42475ae9f767e84e4cccea6b5f023. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc31fdec3116fc58286d72d39d70d8c0a9f42475ae9f767e84e4cccea6b5f023, en de alinea staat in dat document op bytes 68355 tot 69381.