Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2013

Alinea 331 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BW5378.

4.3.5 Hoewel op het eerste gezicht wel iets voor de suggestie van Van Norden lijkt te zeggen, moet bedacht worden dat de criteria voor voorwaardelijke opzet ('het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat te weinig belasting is of kan worden geheven'(52)) toch wat anders zijn dan die van de zorgplicht van een prudent koopman (in redelijkheid alles doen om betrokkenheid bij fraude te voorkomen). Een voorwaardelijk opzettelijk handelende ondernemer zal worden geacht te vermoeden dat fraude in het spel is/was. Andersom geldt echter niet dat afwezigheid van voorwaardelijke opzet tot de conclusie noopt dat de ondernemer niet hoefde te weten dat hij deelnam aan een transactie die onderdeel is van btw-fraude. Ik zie dan ook meer in de benadering die blijkens het in 4.3.4.3 opgenomen citaat kennelijk door de Engelse rechter is gekozen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/015ab6bc2ea3b9bd7990e1bd6f33d6cfcd906f6a2ec9fcadbe48cae76bbac246. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 015ab6bc2ea3b9bd7990e1bd6f33d6cfcd906f6a2ec9fcadbe48cae76bbac246, en de alinea staat in dat document op bytes 125050 tot 125964.