Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2013

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX5539.

16. In zijn arrest van 20 januari 2009, EHRC 2009, 39, concludeerde het EHRM dat in beide gevallen verdachtes ondervragingsrecht (art. 6 lid 3 onder d EVRM was geschonden. Het Verenigd Koninkrijk kon zich hiermee niet verenigen en legde de zaken voor aan de Grote Kamer. Deze kwam bij arrest van 15 december 2011, NJ 2012, 283, m.nt. T.M. Schalken en A.E. Alkema, EHRC 2012, 65, m.nt. Spronken in de zaak van Al-Khawaja niet tot schending van art. 6 lid 3 onder d EVRM, in de zaak van Tahery wel. Daarbij wijdde het EHRM uitgebreide beschouwingen aan de vraag of en in hoeverre aanvaardbaar is dat verdachte van zijn ondervragingsrecht niet gebruik heeft kunnen maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ffaffeb120ec00fd4d1a33a661ead093488ae5e3e5419422e8d385487057300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ffaffeb120ec00fd4d1a33a661ead093488ae5e3e5419422e8d385487057300, en de alinea staat in dat document op bytes 40033 tot 40714.