Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 127 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX7846.
Het hof - dat in dat verband verwees naar het arrest van uw Raad van 11 juni 2010 (LJN BL8297, NJ 2010/331) - heeft daarmee tot uitdrukking gebracht dat voor zover de Bank moet worden gevolgd in haar betoog dat [verweerder] c.s. reeds op grond van het enkele feit dat zij werden geconfronteerd met forse koersverliezen op de hoogte waren of hadden moeten zijn van het vermeende gebrek in de advisering, de Bank in redelijkheid niet kan volhouden dat de door [verweerder 1] geuite 'klachten' over de begeleiding en de koersverliezen in zijn brief van 21 december 2000 en tijdens de individuele gesprekken met de Bank begin 2002 niet kunnen gelden als voldoende concrete klachten als vereist door art. 6:89 BW omdat de Bank uit deze 'klachten' wel degelijk heeft kunnen opmaken dat [verweerder] c.s. wilden klagen over de forse koersverliezen en in verband daarmee over de advisering. Dat oordeel geeft mijns inziens niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk gelet op de aard van de onderhavige beleggingsadviesrelatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdb30236f6409d0f1675bee6b095f0c9499c62025ca24077571de92b5310a484. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdb30236f6409d0f1675bee6b095f0c9499c62025ca24077571de92b5310a484, en de alinea staat in dat document op bytes 79687 tot 80748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cdb30236f6409d0f1675bee6b095f0c9499c62025ca24077571de92b5310a484 | shasum -a 256