Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY2599.
3.4. De vraag of niettemin, in het licht van de rechtsontwikkeling sedert het totstandkomen van art. 134 Rv., tegen de beslissing waarbij de rolrechter verzet tegen een wijziging van eis gegrond heeft bevonden, hogere voorziening moet worden toegelaten voor geval deze bepaling ten onrechte dan wel met verzuim van essentiële vormen is toegepast, of ten onrechte buiten toepassing is gelaten, moet ontkennend worden beantwoord. Daarbij is doorslaggevend de aard van de beslissing waarom het hier gaat. De beslissing wordt vooreerst daardoor gekenmerkt dat het gaat om een marginale toetsing: de rolrechter toetst immers - desgevraagd - enkel of de voorgenomen wijziging van eis de verdediging onredelijk bemoeilijkt of het geding onredelijk vertraagt. Voorts is de beslissing niet definitief: zij ontneemt eiser in de regel geen rechten. In beginsel kan eiser in een later stadium van het geding zijn eis immers wederom wijzigen dan wel de gewijzigde eis in een nieuw geding aan de rechter voorleggen. Toegegeven moet worden dat dit laatste soms anders zal zijn, met name in geval van verval van recht, maar die betrekkelijk zeldzame gevallen leggen onvoldoende gewicht in de schaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb79ea7f8ca4dc27867252437d90389f14d5c2bd7506aad8c0570398d4eb70ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb79ea7f8ca4dc27867252437d90389f14d5c2bd7506aad8c0570398d4eb70ec, en de alinea staat in dat document op bytes 23063 tot 24260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb79ea7f8ca4dc27867252437d90389f14d5c2bd7506aad8c0570398d4eb70ec | shasum -a 256