Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY2639.
2.4. Dat anderzijds [verweerder] c.s. wél gelegenheid hebben gekregen om hun verweer aan te vullen, vloeit voort uit het - evenzeer door art. 6 lid 1 EVRM beschermde - beginsel van hoor en wederhoor. Nadat [verweerder] c.s. zich aanvankelijk met succes hadden beklaagd over onbegrijpelijkheid van de grieven van [verzoeker], heeft het hof zelf een samenvatting van de grieven gemaakt (zie alinea 1.7 hiervoor) en vervolgens aan [verweerder] c.s. gelegenheid gegeven zich over de aldus door het hof samengevatte grieven uit te spreken. Deze gang van zaken is niet in strijd met het beginsel van equality of arms, noch anderszins in strijd met de eisen die ingevolge art. 6 lid 1 EVRM aan een eerlijk proces worden gesteld. Van schending van het toepasselijke procesreglement(11) is om dezelfde reden geen sprake. Middel A faalt en hetzelfde geldt voor de aanvulling op de procedurele klacht in het aanvullend cassatierekest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/824b8efef9678fc37dbfee15534ffac7958f4cf88bcc5dfe1b0b5addfb1a092a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 824b8efef9678fc37dbfee15534ffac7958f4cf88bcc5dfe1b0b5addfb1a092a, en de alinea staat in dat document op bytes 17733 tot 18670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/824b8efef9678fc37dbfee15534ffac7958f4cf88bcc5dfe1b0b5addfb1a092a | shasum -a 256