Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2013

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY3752.

Soms, zoals hierboven onder 3.6 opgemerkt, rechtvaardigt het enkele niet naleven van een journalistieke beroepsnorm niet een beperking van het recht op vrije meningsuiting. Dat verdachte is afgeweken van deze beroepsnorm, sluit dus op zichzelf het oordeel van het hof, dat de kritiek vanwege onzorgvuldigheden niet zo zwaar weegt dat zij een beroep op de bescherming van art. 10 EVRM doorkruist, niet uit en maakt evenmin dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Zulks geldt met name als deze afwijking van de beroepsnorm als het ware wordt gecompenseerd. In EHRM 14 november 2008, nr. 9605/03, Krone Verlag GmbH & co KG tegen Oostenrijk zou die compensatie gevonden kunnen worden in de omstandigheid dat de feiten waarop de krant zich beriep uit onverdachte bronnen kwamen en nauwelijks te ontzenuwen waren, waardoor het verzuim om de betrokkene gelegenheid te bieden te reageren vóór publicatie niet een omstandigheid was op grond waarvan men zou kunnen zeggen dat de betrokkene van de gelegenheid beroofd is om nog bestaande twijfels weg te nemen en de beeldvorming over hem nog in belangrijke mate te beïnvloeden. In de onderhavige zaak kan compensatie gevonden worden in het feit dat [betrokkene 1] zichzelf heeft gemeld bij verdachte en zich niet heeft beperkt tot het wijzen op de veiligheidsrisico's op Schiphol-Oost en daarmee op het belendende Schiphol-Centrum, maar verdachte zelfs in zijn kofferbak Schiphol-Oost heeft binnengesmokkeld, wetende welke risico's aan zijn medewerking verbonden konden zijn. [betrokkene 1] moet zich ook bewust zijn geweest van de kans dat na de uitzending waarin werd getoond hoe gemakkelijk een KLM-pas is na te maken, men op zoek zou gaan naar de houder van de pas waarvan een vervalsing in de uitzending is getoond. Het oordeel van het hof dat het hier een verwijt betreft dat zich beperkt tot de relatie tussen verdachte en [betrokkene 1] ziet eraan voorbij dat de onzorgvuldigheid van verdachte een journalistieke bron betrof die verdachte diende te beschermen. Maar gelet op de rol van [betrokkene 1] in het geheel kan ik de uiteindelijke slotsom van het hof, dat deze onzorgvuldigheid onvoldoende is om de bescherming van art. 10 EVRM te verhinderen, wel onderschrijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/344844e4d3a1f5abca49a511c583c06ce08b8c0b61ea679aa14c7a1dca966a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 344844e4d3a1f5abca49a511c583c06ce08b8c0b61ea679aa14c7a1dca966a83, en de alinea staat in dat document op bytes 102776 tot 105010.