Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2013

Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY4126.

2.13 De tweede door de Hoge Raad genoemde mogelijkheid lag m.i. op de weg van partijen omdat dezen de omvang van de rechtsstrijd bepalen(23), terwijl de eerste mogelijkheid zich richtte tot de verwijzingsrechter(24) en daarmee ook tot de rechtbank. In de door de Hoge Raad genoemde mogelijkheid dat de verwijzingsrechter in de art. 50-procedure op het punt van de waardevermeerdering de uitkomst van de art. 55-procedure afwacht, ligt besloten dat juist wel een rol voor de rechtbank in de onderhavige procedure lag weggelegd, namelijk bij eindvonnis beslissen op de vorderingen van de Luchthaven. Er is dan ook geen rechtsvorderlijk vacuüm.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22be79c2ffc58a76e78105f986597362fb66f8d898816ab9b54978fde53a181d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22be79c2ffc58a76e78105f986597362fb66f8d898816ab9b54978fde53a181d, en de alinea staat in dat document op bytes 37538 tot 38193.