Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2013

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY4126.

2.18 Chipshol heeft in de onderhavige cassatieprocedure opgemerkt(27) dat naar haar oordeel ook de regeling van de proceskosten in cassatie wordt bestreken door de (analoog toe te passen) regel van art. 50 Onteigeningswet, volgens welke regel de door de onteigende gemaakte kosten van juridische en andere deskundige bijstand, zowel in de processuele fase als in de preprocessuele fase, mits voldoend aan de dubbele redelijkheidstoets, integraal voor vergoeding in aanmerking komen. Chipshol heeft in dat verband verwezen naar uitspraken van de Hoge Raad van 6 maart 1991(28) en 10 maart 1993(29), en betoogd dat het beginsel van een volledige schadeloosstelling (zoals dat wordt verzekerd door art. 40 Onteigeningswet) met zich brengt dat ingeval de onteigende zich - onder meer bij gebreke van een tweede feitelijke instantie - moet voorzien van een cassatieberoep om een hem toekomende hogere schadeloosstelling wegens onteigening te bepleiten, ook de kosten van bijstand in die cassatieprocedure in beginsel integraal - mits voldoend aan de dubbele redelijkheidstoets - aan de onteigende moeten worden vergoed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22be79c2ffc58a76e78105f986597362fb66f8d898816ab9b54978fde53a181d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22be79c2ffc58a76e78105f986597362fb66f8d898816ab9b54978fde53a181d, en de alinea staat in dat document op bytes 40264 tot 41391.