Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY4600.

2.8.1 Het belang van rechtszekerheid in verband met tijdsverloop moet overigens ook om een andere reden worden gerelativeerd. Immers, geen rechtsverlies op de voet van de artikelen 6:89 en 7:23 lid 1 BW vindt plaats zolang de schuldeiser het gebrek niet heeft ontdekt of redelijkerwijs behoorde te ontdekken. Nu impliceert dit laatste een onderzoeksplicht, juist met het oog op de belangen van de schuldenaar. Maar dit betekent niet dat de schuldenaar er onder alle omstandigheden op mag rekenen dat de schuldeiser, onmiddellijk nadat de prestatie is geleverd, volledig onderzoekt of de prestatie in alle opzichten aan de overeenkomst voldoet. Welk onderzoek van de schuldeiser wordt gevergd, hangt immers af van de omstandigheden van het geval. Het kan dus zo zijn, dat de schuldeiser nog niet onmiddellijk een onderzoek hoeft te doen naar een bepaald gebrek. Feitelijk betekent dit, dat de schuldenaar daardoor langer in onzekerheid verkeert of de schuldeiser zich bij hem nog met een klacht zal melden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe262413ccbf4e10dddcb80c8cc1d72a7468eb232bd1f1236942375f1663b370. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe262413ccbf4e10dddcb80c8cc1d72a7468eb232bd1f1236942375f1663b370, en de alinea staat in dat document op bytes 46225 tot 47244.