Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY4600.
2.8.4 In haar bovengenoemde conclusie komt de plv. procureur-generaal (sub 21-23) tot de slotsom, dat artikel 6:89 BW ook kan worden gehanteerd bij beleggingsrelaties met consumenten als de onderhavige met dien verstande dat daarbij als uitgangspunt geldt dat de bepaling dat de klachttermijn ook gaat lopen als de cliënt het gebrek in de prestatie redelijkerwijs had behoren te ontdekken met terughoudendheid moet worden gehanteerd.(16) Ik sluit mij daarbij aan. Ik teken daarbij aan dat [eiser 1] in persoon vermoedelijk als consument kan worden aangemerkt (zij het mogelijk als een met beleggingservaring; zie rov. 4.6 en 4.6.1 van het bestreden arrest). De BV is geen consument (in de gebruikelijke definitie van een consument als een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf), maar is daarmee in bepaalde opzichten wel vergelijkbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe262413ccbf4e10dddcb80c8cc1d72a7468eb232bd1f1236942375f1663b370. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe262413ccbf4e10dddcb80c8cc1d72a7468eb232bd1f1236942375f1663b370, en de alinea staat in dat document op bytes 49380 tot 50273.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe262413ccbf4e10dddcb80c8cc1d72a7468eb232bd1f1236942375f1663b370 | shasum -a 256