Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2013
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY5321.
7. Bewijsuitsluiting kan, als op grond van art. 359a, eerste lid, Sv voorzien rechtsgevolg, uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, en komt uitsluitend in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. (Vgl. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376). Wat dat laatste betreft geldt dat een schending van het in art. 8 EVRM gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in art. 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces (vgl. HR 7 juli 2009, LJN BH8889, NJ 2009/399; Hoge Raad, 20 september 2011, LJN BR0554).(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b297ab16ae759c9b4340c670b247e295ae811ec6fd07c29368565fb91f5be51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b297ab16ae759c9b4340c670b247e295ae811ec6fd07c29368565fb91f5be51, en de alinea staat in dat document op bytes 16807 tot 17556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9b297ab16ae759c9b4340c670b247e295ae811ec6fd07c29368565fb91f5be51 | shasum -a 256