Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY6111.
4.4. Een antwoord op de vraag naar ontvankelijkheid van een partij in een vordering ex art. 843a Rv in een afzonderlijk (kort) geding naast een reeds aanhangige (bodem)procedure, lijkt te kunnen worden gevonden in het recente (na het uitbrengen van de cassatiedagvaarding gewezen) arrest van HR 8 juni 2012, nr. 11/00366, LJN BV8510, RvdW 2012/824 (ADIB/ABN Amro). In dit kort geding ging het in appel louter nog om een vordering ex art. 843a Rv. Het hof wees deze vordering af, kort gezegd omdat er in Nederland geen inhoudelijke procedure aanhangig was en naar verwachting ook evenmin aanhangig zou worden gemaakt (wel waren procedures aanhangig in de Verenigde Staten en in Bahrein). De Hoge Raad vernietigde dit oordeel:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bc3e1dfe5c9c343c90daf55d86859fb8b6f21bd73f854087ce92874d89df963. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bc3e1dfe5c9c343c90daf55d86859fb8b6f21bd73f854087ce92874d89df963, en de alinea staat in dat document op bytes 15277 tot 16014.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bc3e1dfe5c9c343c90daf55d86859fb8b6f21bd73f854087ce92874d89df963 | shasum -a 256